|
|
|
2003: I Puritani

Rolverdeling:
Alex Grigorev
- Lord Arturo
Anja van Engeland - Elvira (vervangt Angelina Ruzzafante)
Luuk Tuinder - Lord Walton
Tom Sol - Sir Girorgio
Leo Geers - Sir Riccardo
Femke de Boer - Enrichetta di Franchia
Gerben Bos - Sir Bruno
Foto's
(fotograaf: Niels Westra): Anja van Engeland met Tjalling Wijnstra
en het podium met solisten, koor en orkest:


Inhoud
van de opera
Het
stuk speelt in Engeland gedurende de troebele jaren van strijd tussen
de protestante puriteinen o.l.v. Oliver Cromwell, en de katholieke Stuarts
rond 1640.
Eerste bedrijf
De dag breekt
aan. In het kasteel van de puritein Walton staan de soldaten op wacht
en delen in het ochtendgebed van de hoofdpersonen Elvira, Arturo, Riccardo
en Giorgio. Er wordt een vrolijk koorlied aangeheven dat oproept tot de
festiviteiten rond het aanstaande huwelijk van Elvira. Elvira verkeert
in de overtuiging dat zij met Riccardo moet trouwen, maar krijgt te horen
dat zij toch toestemming heeft om met Arturo, haar grote liefde, te trouwen.
Op het moment dat men de komst van de held Arturo aangekondigt, raakt
het hele kasteel in een vreugdevolle roes.
Een politieke ondertoon klinkt echter steeds luider. Er is een gevangene
aanwezig, Enrichetta, die men als Stuartaanhangster door het Anglicaanse
parlement ter dood zal veroordelen. Arturo, ook een Stuartsaanhanger,
voelt zich verplicht haar te helpen. Als iedereen vertrokken is, maakt
zij zich aan hem bekend als de koningin, waarop zijn besluit vaststaat.
Op dat moment verschijnt Elvira met haar gevolg, terwijl ze een witte
sluier in handen heeft. Schertsend zet ze die bij Enrichetta op, die hem
ophoudt, als Elvira vertrekt. Dit is het moment waarop Arturo gewacht
heeft: hij zal Enrichetta vermomd als zijn bruid uit het kasteel smokkelen!
Riccardo betrapt hen en wil een duel om het bruidje aangaan. Hij merkt
dat het niet Elvira, maar Enrichetta is en laat beiden opgelucht vertrekken,
in de hoop zo van zijn rivaal bevrijd te zijn. Elvira vangt een laatste
glimp op van het vluchtende paar, waarna zij volledig instort. Tot ontsteltenis
van de aanwezigen wordt zij waanzinnig. Men vervloekt Arturo.
Tweede bedrijf
(drie
maanden later)
Giorgio vertelt het koor over de toestand van Elvira: zij ijlt aldoor
en wil dood. Arturo is wegens hoogverraad door het parlement ter dood
veroordeeld. Iedereen zweert wraak te nemen. In een trieste scène
verschijnt Elvira zelf; zij wil nog steeds Arturo als man of anders sterven.
Dan komt Arturo aanrennen: hij is aan de bewakers ontsnapt en verstopt
zich onder het raam van Elvira. Zij herkent Arturo aan het lied dat hij
zingt. De twijfels en misverstanden worden uit de weg geruimd en alles
lijkt in orde te komen.
Helaas ontdekt men Arturo. Hij roept wraakzucht op bij een deel van de
mensen, terwijl anderen medelijden tonen met Elvira. Als Elvira zich aan
Arturo vastklampt en met hem wil sterven, dreigt de zaak geheel fout te
lopen........
Bellini:
wenen, huiveren en zingend sterven
"Laat
dit voor eeuwig in je hersenen gegrift staan: Opera moet het publiek doen
wenen, huiveren en zingend sterven!" Dit schrijft Vincenzo Bellini
(1801- 1835) aan zijn librettist graaf Carlo Pepoli, met wie hij in 1834
werkt aan I Puritani.
Vincenzo Bellini werd 3 november 1801geboren in Catania op Sicilië.
Hij begon zijn muzikale studie aanvankelijk binnen het gezin. Zijn talent
erfde hij van zijn opa Don Vincenzo Tobia Bellini, die Maestro di Cappella
was. Zijn vader Rosario was, behalve maestro di cappella, muziekleraar,
organist en componist. Als kind ging Vincenzo met opa mee als hij in kerken
speelde en in de salons van aristocratische families. In 1819 kreeg Vincenzo
een studiebeurs om zijn studie te vervolgen. Hij verhuisde naar Napoli,
waar hij bij het Reale Collegio di Musica S. Sebastiano ging studeren.
De Napolitaanse opvoering van Semiramide in 1824 van Rossini maakte op
Bellini grote indruk. Zelf had hij veel succes met zijn eerste opera,
Adelson e Salvini, die hij op 24 jarige leeftijd schreef. Later werkte
hij samen met de librettist Felice Romani, die meer dan honderd libretto's
schreef. Deze samenwerking was voor beide zeer succesvol en resulteerde
in: La Straniera in 1829, I Capuleti e i Montecchi in 1830, La Sonnambula
in 1831 en Norma in 1831.
Parijs
Bellini vertrok
in 1834 uit Italië, reisde eerst naar Londen en vestigde zich vervolgens
in Parijs. Hij was plezierig in de omgang, beschaafd, geraffineerd en
zeer door vrouwen geliefd; een graag geziene gast in de salons van de
liberaal- progressieve elite. Hier werkte hij aan I Puritani. Samen met
graaf Carlo Pepoli herkneedde hij het verhaal over de Engelse burgeroorlog
van Walter Scott tot een liefdesdrama van de edele held Arturo en de schuldeloze
heldin Elvira. Hij is de eerste componist die het koor een dramatisch
belangrijke rol geeft, zowel in grote koorpartijen als in de vervlechting
met aria's en duetten. Met I Puritani oogstte hij zijn laatste, en misschien
ook zijn grootste succes. Enkele maanden na de première overleed
de componist door een ziekte aan zijn ingewanden op 23 september 1835,
slechts 34 jaar oud.
Recensies

|
|